
De buurt waar huize Rommelhok zich bevindt, noemt zich de eethoek van Nijmegen en dat is niet geheel onterecht aangezien er binnen een straal van honderd meter zo’n dertig restaurants, eetcafé’s en afhaalzaken gevestigd zijn. Dat meneer Rommelhok ueberhaupt nog nog wel eens in zijn eigen keuken komt, mag dan ook gerust een wonder van zelfdiscipline heten.
Één van de afhaalzaken in de buurt, voorzien van de bijzonder inventieve naam “Giros”, verkoopt, dat moge duidelijk zijn, gyros. En andere Griekse vleesgerechten, zoals bifteki (gehakt), souvlaki (vleesspiesjes) en lamskoteletten. Omdat meneer noch mevrouw Rommelhok bijzonder carnivoor van aard zijn, komen ze er nooit. Wel wisselen ze met enige regelmaat een vriendelijk woordje met de eigenaar, een praatgrage Griek die niet alleen, zoals wel meer van zijn landgenoten, trots is op het land waar-ie vandaan komt, maar ook op de spullen die hij verkoopt.
Dat verklaart waarom hij meneer Rommelhok uitnodigde om op een zonnige zondagmiddag een kijkje te komen nemen in zijn keuken. Meneer Rommelhok, nooit te beroerd om iets nieuws te leren over eten, nam die uitnodiging uiteraard aan. Vandaar dat hij u nu kan verhalen van gyros, varkensnekken en een professionele gasgrill die vijfhonderd graden Celsius aan warmte produceert.
Gyros is gekruid en gegrild varkensvlees dat in snippers gesneden wordt en op een pita-broodje voorzien van wat sla en tzatziki wordt geserveerd. Vergelijkbare gerechten zijn ook in de rest van het oostelijke middellandse-zeegebied te vinden, zoals shoarma (Egypte) en döner kebab (Turkije). Die laatste versie is overigens, laat de vriendelijke Griek het niet horen, de oervorm, uitgevonden in de negentiende eeuw in de Turkse stad Bursa (aldus wikipedia). Gyros is in zijn soort redelijk uniek omdat ‘t gemaakt wordt van varkensvlees, wat voor de andere versies, die immers afkomstig zijn uit streken waar men de leer van Mohammed aanhangt, uiteraard niet het geval is.
Ook redelijk uniek aan gyros is dat de stukken vlees relatief groot en dik zijn (in vergelijking met de flinterdunne scherfjes die de shoarma-boer je voorzet, dan toch). Ze worden gesneden van varkensnekken en dat is niet voor niets:varkensnekken zijn namelijk, in tegenstelling tot, bijvoorbeeld, buiken of poten, waar het vet er in lagen overheen gedrapeerd is, volledig dooraderd met vet waardoor je het vlees keihard kunt grillen zonder dat het droog wordt.
Die varkensnekken worden in plakken van ongeveer een halve centimeter dik gesneden, lichtjes gekruid (waarmee, dat was helaas geheim - meneer Rommelhok vermoedt in ieder geval zout en paprikapoeder) en vervolgens op een grote spies geregen. Vroeger ging zo’n spies dan horizontaal boven een houtskool-barbecue, tegenwoordig zet de gyros-verkoper ‘m verticaal in een professionele gasgrill die een schrikbarende vijfhonderd graden Celcius aan hitte produceert. Met die temperatuur is het niet verwonderlijk dat de proteïnen in het vlees binnen een paar minuten uitelkaar vallen tot suikers en aminozuren die vervolgens allerlei ingewikkelde reacties met elkaar aangaan. Dat is de beroemde “maillard-reactie”, oftewel, in gewone mensentaal: vlees dat bruin en knapperig wordt.
In de handel zijn kant-en-klare vleesspiezen voor de gyros-industrie verkrijgbaar. Volgens onze Griek verdient het echter aanbeveling ze zelf te maken. Dat komt omdat varkensnekken nogal kwetsbaar zijn. Heeft een varken tijdens zijn gang door het slachthuis namelijk een klap tegen z’n kop gekregen, dan kunnen er bloeduitstortingen in het nekvlees zitten die op zijn minst niet bijzonder smakelijk zijn. Verder willen er aan het nekvlees dat de slager levert nog wel eens harde stukken huidvet zitten die voor menselijke consumptie tamelijk ongeschikt zijn (ze worden keihard). Ten slotte kan het gebeuren, maar dat geld voor alle soorten varkensvlees, dat het vlees afkomstig is van een varken dat tijdens zijn laatste uren gillend gek geworden is van angst. Omdat varkens, netzoals olifanten en nijlpaarden, trouwens, niet zweten maar wel in een toestand van grote spanning vocht produceren dat in het vlees trekt, dat daardoor onsmakelijk en droog wordt, moet je van elk stuk varkensnek controleren of het in orde is.
In principe zou je ervan moeten uitgaan dat de fabrikant van kant en klare vleesspiezen dit ook doet maar de ervaring van onze Griek is dat dat nogal tegenvalt. Daarnaast zijn kant en klare spiezen, zoals wel meer kant en klaar-producten, veel te sterk gekruid (zout). Zelf maken is dus het devies.
Is je spies eenmaal klaar dan zet je ‘m dus, zoals gezegd, in de grill. Binnen een paar minuten ontstaat er een knapperig korstje. Dat korstje snijd je eraf en serveer je aan je klanten. Ondertussen wordt de buitenkant van de spies opnieuw bruin en kun je er opnieuw van af snijden en serveren netzolang tot de spies, die gewoonlijk zo’n dertig kilo weegt, op is en je weer van voren af aan kunt beginnen.
De vraag is nu natuurlijk of je dit ook zelf kunt, in je eigen keuken. Het antwoord is: ja. Weliswaar zullen er vrij weinig mensen zijn die in hun keuken een professionele gasgrill hebben staan die vijfhonderd graden Celcius aan hitte produceert, ook met een gewone barbecue (zelfs met zo’n wegwerp-ding van de Xenos) kun je heel goed een bruin korstje op varkensvlees krijgen. Het duurt alleen wat langer. Voor wat betreft die varkensnekken: die zul je in de supermarkt niet zo snel tegenkomen, maar je kunt ze uiteraard wel bestellen bij een slager.
Meneer Rommelhok gaat daar uiteraard niet aan beginnen. Die heeft immers een Griek om de hoek die al dat werk voor hem doet.